Jaap Conijn: van kaaskeerder tot wiskundig ‘wonderkind’

Jaap Conijn: van kaaskeerder tot wiskundig ‘wonderkind’

 

 

Er zijn van die mensen waar je nooit moet aankomen met complimenten. Ze hebben er zichtbaar moeite mee en wimpelen het liefst alle lof de deur uit. Anonimiteit past hen als een op maat gesneden pak van Hugo Boss. Toch is het best leuk om hen eens in het licht te trekken om iets aan de weet te komen over hun route naar succes. In welke vorm dan ook. Het beeld van anonieme Edammer sluit naadloos aan op Jaap Conijn. Wie deze jonge oudere op een racefiets door het Waterlandse platteland ziet jakkeren kan nauwelijks bevroeden dat onder dat dolle haar een brein zit wat verantwoordelijk is voor veel frustraties bij het machtige Microsoft. De softwarereus uit Redmond Washington probeert al jarenlang een degelijk CRM (Customer Relations Management) pakket samen te stellen wat goed verkoopt, maar bijt telkens de tanden stuk op het ‘kind’ van Jaap en zijn collega’s; Archie. Tijd voor een gesprek met Jaap in zijn zopas gerestaureerd huis naast de Kwakelbrug.

Je hebt een merkwaardig pad bewandeld op weg naar Archie
Dat kun je wel zeggen ja. Als je alleen al kijkt naar mijn jeugd. Die was in mijn pubertijd behoorlijk abnormaal, al moet ik zeggen dat ik er in mijn beleving niet onder heb geleden. Mijn moeder was op een dag zomaar weg. “Ze is ziek en ligt in het ziekenhuis’, kregen wij van mijn vader te horen. Binnen 2 weken was ze dood. Weg. Ruud en ik hebben haar niet eens kunnen zien in het ziekenhuis, want dat was te heftig voor kleine kinderen.
Toen moesten jullie verder met je vader
Ja, dat liep uit op een ramp omdat hij absoluut niet voor zichzelf kon zorgen, laat staan voor ons. Wij aten meer buiten de deur dan thuis. Een voorbeeld van rare dingen? Mijn vader runde de Kaaswaag en had er een bord staan: ‘We sent cheese all over the world’. Toeristen die kaas vooruit kochten kregen het per pakketpost thuis nagezonden. Vanaf het moment dat mijn moeder overleed waren er heel wat mensen in Amerika en Japan die tevergeefs op hun kaasje zaten te wachten. Het geld had een andere bestemming gevonden, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik kan je nog veel meer verhalen vertellen over idiote taferelen, maar laten we het houden bij ‘een chaotische toestand waarin kinderen over het hoofd werden gezien’.
Daar krijg je toch een knauw van
Is ook zo, maar ik wilde er voor lange tijd niet aan. Tot ik op een moment begon te hyperventileren en andere rare verschijnselen kreeg. Ik besloot in therapie te gaan en heb er heel veel baat bij gehad. Weet je, praten lucht op. Tegelijkertijd moet je ook leren om negatieve gevoelens en angst te omarmen. Je moet het echt voelen voordat het weg kan gaan.
Was jij op school een bolleboos?
Natuurlijk niet! Ik was een gemiddelde leerling en ging van de lagere school naar de HAVO-brugklas. Daarna het Atheneum waar ik bleef zitten, terug naar HAVO 4 waar ik ook bleef zitten. Uiteindelijk examen gedaan en gezakt. Na 7 jaar school had ik dan eindelijk een diploma. In mijn vrije tijd deed ik vrijwilligerswerk in de Nohol en zoals dat toen gebruikelijk was belandde ik ook op de sociale academie. Ik had er niets te zoeken en stopte er mee. Daarna ben ik in een soort zwart gat geraakt en moest zelfs aankloppen voor bijstand. Allemaal niet best. Uiteindelijk kon ik terecht bij de Gestam; de kweekvijver voor talent en heb daarna ook nog enige tijd doorgebracht bij de Fardem. Na 1,5 jaar kwam het besef dat ik zo niet verder kon.
Het kwartje viel?
Het kwartje was al eerder gevallen omdat ik in het laatste jaar van de HAVO er achter was gekomen dat ik wiskunde helemaal in de vingers had. Zomaar ineens kreeg ik inzicht in hoe alles werkte. Ik had met mijn leraar wiskunde indertijd een weddenschap afgesloten dat ik voor mijn examen een 10 zou halen tegen een krat bier. Die tien kwam er niet, maar de 9.3 was goed genoeg voor dat kratje.
Je ging weer leren
Ik ging naar de Witte Lelie voor een lerarenopleiding Wiskunde en Nederlands. Helaas verknalde ik dat door te laat terug te komen van een vakantie in Ibiza en moest ik noodgedwongen een half jaar wachten om in te kunnen stromen. Toen kwam Ron Oly met de vraag of ik niet bij AICA wilde werken als programmeur.
Dat was je op het lijf geschreven
Ben je gek! Ik was als de dood voor computers. Ik moest in het begin veel weerstand overwinnen om mij er in te verdiepen, maar toen ik het programmeren eenmaal onder knie kreeg was de beer los.
Het verhaal van Archie
Het is een lang verhaal, maar ik houd het kort. AICA was ooit de automatiseringstak van Leonard Lang, de hoofdimporteur van Fiat. Toen Leonard Lang op de fles ging kon de automatiseringstak zelfstandig verder. Dik van Bommel runde die toko en verkocht er in de begin jaren 80 computers van Olivetti, tot er op een dag iemand van het beleggingsbedrijf VIB aanklopte voor een PC met een soort relatiemanagementsysteem. Het eerste hadden wij in huis, het tweede niet. Dik vroeg of ik zo’n programma kon maken en ik ben er mee aan de slag gegaan. Wij verkochten die PC voor een flinke smak geld en voor wij het wisten stonden de klanten te dringen. Ik had het bijzonder druk met het verbeteren van Archie – zoals wij het programma hadden genoemd – en zat samen met Dik tot in de diepe uurtjes met een drankje en een sigaar te programmeren. Gouden tijden.
Toen de zaak lekker liep kreeg Dik ook kennis aan Frits Goldsmeding, de directeur van Randstad. Op een van de feestjes waar zij elkaar troffen vertelde Goldsmeding dat hij graag PC’s in een netwerk aan elkaar wilde koppelen, maar dat dit volgens zijn chef automatisering helemaal niet kon. Je kent Dik; die zij dat het natuurlijk wel kon. Hij mocht dit laten zien tijdens een presentatie op het hoofdkantoor van Randstad. Die presentatie verliep prima totdat een document moest worden verzonden van de ene naar de andere computer. Dat liep via de telefoonlijn en rond het lunchuur was dat overbezet. Gelukkig mocht Dik het na de lunch nog eens over doen en toen ging het alsnog als een zonnetje. Het resultaat was dat Randstad AICA kocht en dat de chef automatisering naar een nieuwe baan kon gaan zoeken. In 1997 wilde Randstad AICA van de hand doen en hebben Dik, Milko Steenmeijer, Ruud en ik het bedrijf overgenomen. We zitten nu met 25 man aan de Gorslaan, hebben geen last van de crisis en zijn momenteel op weg ons beste jaar aller tijden neer te zetten.
Wat is de kracht van Archie?
Het is een ‘open systeem’ waarin alles zich binnen één scherm afspeelt. Niks popups en meer van die flauwekul. Je hebt met het systeem een helicopterview over je hele organisatie. Het laatste voordeel is dat wij 27 jaar ervaring met ons mee brengen naar de klant. Daar kunnen weinig concurrenten tegen op.
Wil je niet eens wat anders dan Archie?
Nee. Ik zit eigenlijk terwijl ik met jou praat alweer te denken aan verbeteringen die ik wil ontwikkelen. Het houd nooit op.
 



BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook