Hoe de joodse inwoners, tijdens de Tweede Wereldoorlog , uit Edam verdwenen

Hoe de joodse inwoners, tijdens de Tweede Wereldoorlog , uit Edam verdwenen

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stuurt op 19 december 1938 een instructie voor de registratie van joodse vluchtelingen. Er moeten verblijfsregistratiekaarten worden ingevuld. Enkele maanden daarna wordt aan de Geneeskundige Inspecteur van Noord Holland bericht gegeven welke vreemdelingen op last van het Ministerie van Justitie tot de Gemeente zijn toegelaten.

Na het vreselijke pogrom van de Reichkristallnacht op 9 november 1938 sloegen duizenden joden in Duitsland op de vlucht en ook in Nederland werd door velen een veilig heenkomen gezocht. Op 10 maart 1941 vraagt de Gemeente Edam 27 aanmeldingsformulieren bij de Rijksinspectie van het Bevolkingsregister voor de registratie van joodse inwoners in Edam. In een brief van 29 maart 1941 aan de Commissaris van Noord Holland worden de namen van 29 volwassenen 18 kinderen genoemd.

De Gemeente Edam zendt op 30 september 1941 een lijst met 28 namen van joodse inwoners aan het Gewestelijk Arbeidsbureau in Zaandam met vermelding van geboortedata, beroepen en adressen. Bij deze opgave staan ook de van oorsprong Nederlandse joden vermeld.

Vestigingsverbod
In 1941 wordt een vestigingsverbod voor joden uitgevaardigd zodat mensen van elders die proberen in Edam te komen wonen geen toestemming krijgen om zich hier te vestigen. Ze krijgen van de Gemeente geen verblijfsvergunning. In hetzelfde jaar wordt ook het "Besluit persoonsbewijzen" van kracht, hetgeen betekende dat alle inwoners van Nederland van 15 jaar en ouder in het bezit moeten zijn van dit identiteitsbewijs. De persoonsbewijzen van joden moesten worden voorzien van een kenteken "J". Door een aaneenschakeling van maatregelen kwamen de joden steeds meer in het nauw. De vrijheden werden ingeperkt. Het dragen van een Jodenster werd op 27 april 1942 ingevoerd.

De deportatie
In 1942 werd voor de dorpen en steden in Noord-Holland een evacuatieplan van kracht, waardoor de joodse inwoners verplicht werden naar Amsterdam te verhuizen. Op 24 april kregen ook de joden in Edam de aanzegging om te verhuizen naar een van de joodse wijken in de hoofdstad. (bladz. 6 van de Ondergang, deel 1 van Dr. J. Presser). Veel is onduidelijk gebleven over de verbanning uit Edam. Hoe en op welke wijze vertrokken deze inwoners van Edam naar Amsterdam ?

Amsterdam
Kregen zij bericht dat op een bepaalde dag de verhuizing moest plaatsvinden ? Wisten deze mensen op welk adres zij in Amsterdam terecht konden? Was de Joodse Raad of het Gemeentelijk Bureau voor Joodse Inkwartiering hierbij behulpzaam? Ontvingen zij een reisvergunning en een vervoerbiljet om met het openbaar vervoer naar Amsterdam te reizen? Wel is bekend dat alleen handbagage mocht worden meegenomen.
In de maand juni komt het bevel om het meubilair en huisraad in de woningen van de joden over te brengen naar de Zentralstelle für Judische Auswanderung in Amsterdam.
Leeggekomen woningen
In een brief van de Gemeente Edam op 23 juli 1942 werd aan de "Befehlhaber van de Sichertheitspolizei vermeld dat er op dat moment nog 7 joodse mensen in Edam wonen.
Op 29 januari 1943 geeft de Gemeente een overzicht van de leeggekomen woningen en de toewijzing aan andere bewoners (Ariërs).

In een brief van 26 november 1942 wordt vermeld dat op genoemde datum Otto Leijser wegens ziekte en Salomon Kaufman , wegens ouderdom nog in Edam zijn. Op 15 april 1943 vraagt de Gemeente aan de Zentralstelle om toestemming om beide mensen voorlopig nog in Edam te laten wonen.

"Van Joodschen Bloede"
Fanny Sara Kusiel-Gutmann woont op 7 maart 1943 (aus besonderen Gründen) nog op Voorhaven 148. In antwoord aan het hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters wordt op 6 april 1943 door de secretaris van de Gemeente Edam geschreven dat alle personen van "Joodschen Bloede" zijn overgeboekt naar de gemeente van hun verblijf, te weten Amsterdam.

Hierna wordt taal noch teken van de gedeporteerden meer gehoord.. Het blijft stil en ook na de bevrijding blijft het stil. Er is niemand die zit te wachten op hun thuiskomst. Ze worden niet gemist. Pas jaren later wordt duidelijk welk een vreselijk lot onze joodse mensen is overkomen.
Gerrit Conijn


 




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook