Hier wonen wij deel 3.

Hier wonen wij      deel 3.

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam/Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De Stadskrant een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam/Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
In dit laatste deel van de reeks: Mark en Nicole wonen in de Zuidpoldermolen, Burgemeester Versteeghsingel 2, in Edam
Tekst Carla Knelange, Fotografie Marco Bakker


Molenaar in hart en nieren
\

EDAM De wind speelt een grote rol in het leven van molenaar Mark Ravesloot. Want als het waait kan hij ‘zijn’ poldermolen laten malen en werken. Kettingen loshalen, zeilen voorleggen, de molen op de wind draaien en dan.. los!  Als de wieken eenmaal draaien kan hij niet even een blokje om. “Nee, dan blijf ik in de buurt. Anders dan bij bijvoorbeeld een korenmolen heb ik, als de molen eenmaal draait, de handen vrij. Maar ik houd altijd een oogje in het zeil en blijf alert. En dat is geen straf want het proces van een werkende molen blijft fascinerend.”

Het is niet zo dat bij elk zuchtje wind de poldermolen in bedrijf is. “Het is vrijwilligerswerk. Als ik op mijn werk ben kan ik niet zeggen: ‘Ik moet naar huis want het waait’. Maar als ik thuis ben en er staat een mooi windje dan ga ik aan de slag.”


Reserve gemaal
En alsof hij het voor de eerste keer vertelt legt Mark met veel enthousiasme uit hoe en waarom een molen maalt. “Je moet deze polder zien als een badkuip die gevuld wordt met regen. En de molen, met de wind als energiebron, zorgt voor de afvoer van het water en dus voor bemaling van de polder. Poldermolens kunnen gebruik maken van twee verschillende mechanismen om water omhoog te pompen, met een vijzel of een scheprad. Vroeger stond hier in midden in de molen, wat nu onze woonkamer is, een groot scheprad. Nu maken we gebruik van een vijzel. En wanneer die vijzel, eigenlijk een soort van grote wokkel, in het water draait blijft de vijzel op dezelfde plek en komt het water omhoog. Vroeger deden molens dienst als hoofdgemaal maar dat is overgenomen door elektrische gemalen zoals die aan de Volendammer dijk. Deze poldermolen moet je zien als reserve gemaal.”

De Zuidpoldermolen is gebouwd rond 1640 en staat vanaf 1670 op z’n huidige plek. Mark vertelt dat in die beginjaren de molen vast en zeker bewoond was. “Dat moet vroeger armoe troef geweest zijn. Poldermolenaar was een van de slechtst betaalde banen. De molenaar had, in vergelijking met een korenmolenaar, niet direct gewin uit zijn baan omdat het product van zijn molen bestond uit slootwater. Vanaf 1870 woonde de molenaar in een machinistenwoning en pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw is deze molen weer bewoonbaar. Eerst trok de familie Berkhout er in en daarna heeft Joep Kemper er vele jaren gewoond.”

Renovatie
Mark Ravesloot is in 2010, samen met zijn toenmalige vriendin, in de molen gaan wonen. De Poldermolen in Edam is eigendom van de Vereniging Hollandsche Molen waar Mark toentertijd voor werkte. “In die beginjaren hebben we wel spartaanse toestanden meegemaakt. Van bevroren leidingen tot lekkende gaskacheltjes. Maar eind 2013 zijn we een grote renovatie gestart, van zowel het interieur als de buitenkant en begin 2015 zijn we, samen met ons dochtertje Kaya, die toen een paar maanden oud was, weer in de molen gaan wonen. We hebben het interieur zo authentiek mogelijk gelaten, dus terug naar hoe het vroeger moet zijn geweest, ook met de prachtige rode balken. En met behulp van een stukje crowdfunding hebben we de molen opnieuw met riet gedekt. Op dit moment is de molen helemaal functioneel en maalvaardig. Maar je moet het bijhouden. Dat is ook de verplichting die we hebben als huurder van de molen. Zo zijn we de afgelopen maanden weer flink bezig geweest om de buiten- en binnenkant een nieuwe laag verf te geven. Gelukkig is mijn huidige partner Nicole ook ‘molengek’ want anders werkt het niet.” 

En de nu 6-jarige dochter van Mark? “Oh, die vindt het wonen in de molen heel gewoon. Ze weet niet beter. Als ze bij papa is, woont ze in de molen. En ze vindt het hier fijn want ze kan buiten spelen en er is een trampoline.”

Maar voor Mark en Nicole is wonen in een molen toch een bijzondere beleving. “De ruimte is beperkt, maar daar zijn we aan gewend. We zijn van alle gemakken voorzien. Maar de molen is een werktuig; als de molen maalt is ie in beweging. De molen vertelt. Dus je moet goed luisteren. Het is een verlengstuk van mezelf geworden. De molen is een grote, open machine. En niet te vergeten: het heeft een ziel. De molen leeft. Ontzettend mooi om hier te mogen wonen. Zo te midden van de natuur. Het  is echt mijn passie. Ik ben molenaar in hart en nieren.”

Gouden plek
Wat Mark ook ontzettend leuk vindt is om andere mensen van de poldermolen te laten genieten. “De molen is niet alleen van mij, van Nicole en van mijn dochter. Maar de molen is van de gemeenschap. Daarom vind ik het heel leuk om schoolklassen te ontvangen en om de molen open te stellen tijdens Molendagen en Open Monumentendag. Het is heel belangrijk, vooral nu de molen niet echt meer een functie heeft, om dit monument in stand te houden en te bewaren voor het nageslacht. Wij mogen er nu wonen, maar ik hoop dat er in de toekomst weer anderen kunnen genieten van deze gouden plek.’


 




Hier wonen wij deel 3.

Hier wonen wij      deel 3.


‘Café Wilhelmina voelt als thuis’

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam-Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De Stadskrant een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam/Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
Dit keer: Rik Kwint en Yvonne Wilders wonen in het voormalige café Wilhelmina in Hobrede.
Tekst Carla Knelange, Fotografie Marco Bakker


HOBREDE - ‘Vandaag gesloten’. Dat is te lezen op het briefje dat Rik Kwint en Yvonne Wilders met name in het voorjaar op het voorraam van hun woonhuis plakken. Het echtpaar woont in het voormalige café Wilhelmina in Hobrede. En aangezien de naam ‘café Wilhelmina’ nog steeds op de voorgevel prijkt, wil het nog wel eens gebeuren dat passanten spontaan binnen komen lopen voor een kopje koffie. Omdat ook van het originele interieur veel elementen bewaard zijn gebleven, zoals de houten bar en het podium, is het niet zo heel vreemd dat wandelaars denken dat ze met een etablissement te maken hebben waar ze fijn even kunnen ‘opsteken’.

Hetzelfde overkwam eigenlijk de huidige bewoners Rik en Yvonne. “We zijn een samengesteld gezin met vier kinderen en ruim tien jaar geleden wilden we een nieuwe start maken”, vertelt Yvonne. “Rik woonde in Zwaag en ikzelf nabij Purmerend en we zochten in die omgeving een mooi onderkomen. We droomden van een mooi, groot huis. Geen luxe villa maar een huis met genoeg ruimte voor iedereen. We hadden een pand op het oog in Oosthuizen en toen we daar vandaan kwamen, fietsten we langs Wilhelmina in Hobrede. Ik was er toen ook nog van overtuigd dat op die plek een café zat, dus het leek me een goed idee om er even wat te drinken. We wisten niet dat het pand toen allang geen dienst meer deed als café. Toen de toenmalige eigenaresse ons er op wees dat de woning te koop stond, zijn we maar even binnen gaan kijken.”

Het toneel
Het was vooral het uitzicht, de ruimte in én rondom de woning die tot de verbeelding spraken. Rik: Zowel aan de voor- als aan de achterkant van het huis is het uitzicht prachtig. Heel landelijk. En het huis was ruim genoeg voor ons zessen. Heerlijk. Bovendien bestaat het woonoppervlak uit diverse ruimten. Als Yvonne en ik met vrienden in de keuken zaten of aan de bar, vermaakten de kinderen zich op het podium of op ‘het toneel’ zoals we die plek ook wel noemen. Ook nu ons kroost de deur uit is, is er altijd genoeg ruimte om familieleden en aanhang te ontvangen.”
Yvonne: “Toen ik de eerste keer over de drempel stapte voelde het meteen goed. Er was direct een klik. Het huis paste ons als een jas. En natuurlijk maakt de voorgeschiedenis van onze woning deze plek extra bijzonder.”


Dunnebier
En die geschiedenis gaat ver terug. Op 19 mei 1885 werd een vergunning verleend aan Pieter Dunnebier weet Rik. “Hij had al een kruidenierswinkel en kreeg er toen een gelagkamer bij. Op de andere hoek zat café De Zwaan van Teun Pauw. Dat sloot in 1900 de deuren als café. In 1909 werd het oude houten pand van Dunnebier vervangen door het huidige huis. De vergunning ging naar zijn zoon Cornelis over bij koninklijk besluit van Koningin Wilhelmina en zo kwam de naam Wilhelmina op de gevel. In het nieuwe pand zat ook nog steeds een kruidenierswinkeltje tot de Tweede Wereldoorlog.”

“Op de oude tekeningen is te zien dat er zich ook een klein hotelletje bevond, waarschijnlijk voor seizoensarbeiders”, vult Yvonne aan. “Wij weten van een familielid van die familie Dunnebier -  toepasselijke naam trouwens - dat de eigenaren zelf maar heel weinig ruimte hadden om te wonen en te slapen. Ze sliepen in een bedstee waar nu ons kantoortje is. Als er toneelavonden werden georganiseerd moesten de bedden opgeklapt worden, zodat de artiesten zich in de kleine ruimte konden omkleden en via een zijgang zo het podium op kwamen lopen. In de ruimte die wij nu gebruiken als woonkamer stonden vroeger twee biljarts. En die werden, als er uitvoeringen waren, even zolang in de zijkamer neergezet. Want die moesten plaats maken voor de houten stoelen die voor die gelegenheid van zolder werden gehaald.”

Woonbestemming
Anno 1995 kwam Wilhelmina in handen van particulieren en kreeg het café een woonbestemming. En tien jaar geleden werden Rik en Yvonne de nieuwe eigenaren.
Over het hoe en waarom café Wilhelmina uiteindelijk de deuren sloot bestaan meerdere versies, aldus Rik. “Een daarvan is het verhaal dat de houten planken van het café zo slecht waren, dat op een gegeven moment leden van de carnavalsvereniging door die vloer heen zakten. Omdat er toen geen middelen waren om die vloer te vervangen besloten de diverse verenigingen gezamenlijk een dorpshuis te bouwen, nu bekend als Dorpshuis De Zwaan. Omdat de klandizie toen zoveel slechter werd, betekende dat het einde van Wilhelmina. Maar je hoort ook wel dat eerst het café de deuren sloot vanwege achterstallig onderhoud en dat daarna pas het Dorpshuis is gebouwd. Zeker weten doen we het niet.”
Wat Rik en Yvonne wel zo goed als zeker weten is dat ze op deze mooie plek willen blijven wonen. “We zijn warm geland, hier in Hobrede. Een mooi dorpje met leuke buren. Wij hoeven zeker niet weg.”




 




Hier wonen wij deel 3.

Hier wonen wij      deel 3.

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam/Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De Stadskrant een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam/Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
Dit keer: Martijn Roos woont in Huis De Meeuwen aan de Zeevangszeedijk in Edam.
Tekst Carla Knelange, Fotografie Marco Bakker

Het Huis De Meeuwen
EDAM - Bij het verlaten van de stad Edam via het Oorgat richting de Zeevangszeedijk staat vlak voor de eerste kromming van de dijk het huis De Meeuwen. Dit ‘paleisje in de weilanden’ kent een zeer bijzondere geschiedenis. ‘Een wit paleisje met veel frivool houtwerk en met door rozen omrankte pilaren aan de voorzijde’. Zo wordt het omschreven in de inleiding van het boekje ‘Het huis De Meeuwen’ uit de historische reeks van de Vereniging Oud Edam. Martijn Roos, zoon van kunstschilder Aart Roos en lerares Amy Roos-Hilversum, is de bewoner.

Een karaktervol huis met een bijzonder verleden. Van arbeiderswoning uit het begin van de 19e eeuw werd het een koffiehuis en vervolgens, vanaf begin 20e eeuw, een kunstenaarshuis. In het huis woont Martijn Roos. “Een echt kunstenaarshuis is het”, vertelt Martijn vanuit zijn woonkamer die nog vol hangt met schilderijen van Aart. “In ons huis woonden in totaal maar liefst vier kunstschilders waarvan de laatste mijn vader Aart Roos, samen met mijn moeder Amy Roos-Hilversum. Op een of andere manier trok het pand altijd schilders aan zoals Ludwig Noster, Antoon van Welie en Wilhelm Heinrich Burger. Tussendoor werd het nog bewoond door een ex-café chantant zangeres genaamd Griet Mooy. In l954 kwamen mijn vader en moeder hier wonen en ikzelf ben er geboren én getogen.”

‘Jonkheer’
Martijn is trots op de geschiedenis van het pand en haalt uit de boekenkast een boekje uit 2007 met een historische verhandeling over het huis en zijn bewoners. “De meest markante bewoner was wel de in 1910 bij de schilder Antoon van Welie ingetrokken Noothoven van Goor. Deze zich ‘jonkheer’ noemende extravagante Edammer werd door velen gezien als een charlatan en maakte van het huis een frivool lustoord.”  

“Prins van Amsterdam’
Opvallend genoeg zijn er wel wat overeenkomsten tussen de muziekevenementen producer Martijn Roos - ooit door programmamaker Felix Rottenberg de ‘Prins van Amsterdam’ genoemd - en de excentrieke jonkheer Noothoven van Goor. “Ik ben van beroep organisator van concerten en muziekoptredens met een feestelijk karakter en Noothoven van Goor hield daar inderdaad ook wel van.“

Tuinconcerten
Zo wist deze markante Edammer zijn stempel flink te drukken op de onafhankelijkheidsfeesten in 1930 .Tijdens deze feesten liet hij een breed plankier slaan van de woning af, over de zeedijk, naar het tegenoverliggende land, waar een houten dansvloer was gelegd en elke avond groot bal werd gegeven (uit:: Het Huis De Meeuwen – Oud Edam). “Zo uitbundig heb ik het niet gedaan hoor”, haast Martijn zich te zeggen. “Maar afgelopen zomer hebben we wel een aantal mooie tuinconcerten kunnen organiseren en ik heb met de vele muzikanten die ik ken meerdere concerten in binnen- en buitenland mogen verzorgen. Door de corona beperkingen is dat echter allemaal naar de achtergrond verdwenen.”  

Geld genereren
Martijn probeert op allerlei manieren geld te genereren om het huis, dat een aantal keer van bouwval weer opgebouwd is, weer in goede staat te brengen. Maar hij realiseert zich dat het een lange tijd zal duren. “Mijn ouders troffen het als bouwval in 1952 aan en de toenmalige bewoonster Griet Mooy woonde in een klein gedeelte rechts van het huis en gebruikte het grootste gedeelte van het pand als onderkomen voor haar twintig katten met als gevolg dat de staat van het huis zienderogen achteruit was gegaan. Geen riolering, geen verwarming, geen elektra en geen water én geen toilet.”

Handige vader
Maar dat weerhield Aart en Amy Roos er niet van om de restauratie op te pakken ook al raadde hun makelaar hen aan om van het onbezonnen plan af te zien. “Mijn vader had twee rechterhanden dus die wist er wel raad mee”, verduidelijkt Martijn. “Ik ben helaas niet al te goed met hamer en zaag en kan dus niet even snel het balkon herstellen. Mijn vader was niet alleen heel handig maar ook nog slim. Toen hij hier kwam wonen was hij snel ingeburgerd en werd hij lid van een kaartclub waarin een timmerman, metselaar en loodgieter zaten met alle voordelige gevolgen van dien.”

Gastenkamer
Maar Martijn voelt namens zijn ouders wel een zekere verplichting om Huis De Meeuwen in stand te houden. “Als programmeur, muzikant, en eindredacteur kan ik mezelf aardig redden maar ruim budget voor een restauratie is er niet. Door een gedeelte van het huis als Bed & Breakfast te verhuren hoop ik op wat extra middelen zodat ik onderhoud en schilderwerk kan doen. Ik heb het atelier van mijn vader al ingericht als gastenkamer en ook het tuinhuis wil ik gaan verhuren. Het opknappen van het huis is een grote klus, maar het is goed te doen. Het huis lijkt heel groot, maar dat valt best mee. Het is vooral heel breed, maar daarentegen niet zo diep.”

Dochter
Als jongeman van 22 jaar vertrok Martijn vanuit Edam naar Amsterdam. Ruim vijf jaar geleden besloot hij weer terug te keren naar zijn geboortestadje. “Ik heb wat moeten wennen aan de stilte hier, maar ik geniet optimaal. Voorlopig ga ik niet meer weg. Het herinnert me ook aan m’n jeugd in deze prachtige omgeving. Het genot van de polder, die mooie natuur. Dat gun ik mijn dochter, die eenmaal per week bij mij verblijft, natuurlijk ook. Ik mag hopen dat Huis De Meeuwen nog heel lang zal bestaan.”
 




Hier wonen wij deel 3.

Hier wonen wij      deel 3.

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam/Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De Stadskrant de komende periode een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam/Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
Dit keer: opa Siem de Boer en kleinzoon Jim de Boer vertellen over hun boerenbedrijf Hoeve Dove Willem aan de Kooiweg in Warder.


Tekst Carla Knelange, Fotografie Marco Bakker



Boer in hart en nieren
WARDER - ‘Mijn opa is eigenlijk niet écht met pensioen. Een boer blijft een boer. Boer ben je in hart en nieren.” Als kleinzoon Jim deze wijze woorden uitspreekt knikt zijn opa Siem bevestigend. Beiden hebben een passie voor het melkveebedrijf. Als neventak heeft het bedrijf aan de Kooiweg ook een zorgboerderij waar oom Siem verantwoordelijk voor is. Jim wilde ooit meubelmaker worden maar het melkvee bleef trekken. “Wat het boerenleven zo speciaal maakt? Het is die vrijheid en de natuur. En natuurlijk de koeien zelf. Het is het gevoel dat je hebt met de beesten.”

Opa Siem de Boer kan zich nog elke dag verbazen over alle veranderingen die hij meemaakte tijdens zijn lange carrière. “Toen ik als jonge vent bij mijn vader werkte als boerenknecht had je als boer slechts een paar koeien. Thuis werd met de hand gemolken en het werk met paarden gedaan. Mijn broer Wim was de paardenman. En wat waren er veel boeren in die tijd in Edam en Zeevang. Niet normaal! Daar is nu nog maar bar weinig van over. Ik had vroeger nooit kunnen dromen dat we ooit zo’n mooi en groot bedrijf zouden hebben met momenteel zo’n 300 melkkoeien. Een visie had ik niet echt. Dacht niet veel na over de toekomst. Ik wilde boer worden, dat was alles.”

Hoeve Dove Willem van familie De Boer dankt zijn naam aan de grootvader van Siem de Boer. Siem: “Mijn opa was een echte Edammer. Een doodgoeie man. Hij werd Dove Willem genoemd sinds ie doof was geworden door het afgaan van een kanon in de oorlog. Zijn zoon Siem werd Siem van Dove Willem genoemd en omdat mijn naam ook Siem is werd ik al snel Siem van Siem van Dove Willem. Om het wat makkelijker te maken noemen de meeste mensen mij ‘Siem Snor’.



Grote vaart


Net als zijn kleinzoon Jim (21) was opa Siem (79) als jonge jongen ook niet direct van plan boer te worden. “Als boerenzoon was ik gewend aan een vrij leven, dus de grote vaart leek me wel wat. Ik heb een jaar en negen maanden gevaren, ik ben zelfs in Amerika geweest, en toen ik thuis kwam droeg ik een snor. Nooit meer afgeschoren.”

Eenmaal thuis ging Siem zijn vader helpen op de boerderij en een tijdje later kocht zijn vader een boerderijtje voor hem aan de Kooiweg. Siem trouwde met Rita en ze kregen zes kinderen

.

Opvolger


Samen met twee zoons, Siem en Jaap, richtte Siem Snor een maatschap op en het boeren ging zeer voorspoedig. Zijn kleinzoon Jim komt ook uit een gezin van zes kinderen en woont op zo'n 300 meter afstand van zijn grootvader. Als klein jongetje hielp hij al mee op de boerderij. “Ik was elf jaar toen ik voor de eerste keer op een trekker zat, maar dat is eigenlijk al best oud”, vertelt Jim lachend. Leren ging hem niet heel goed af maar hij ging wel met plezier naar school; eerst naar De Nieuwe School, daarna volgde De Triade. “Alleen als er thuis op de boerderij gekuild werd, bleef ik een dagje thuis. Het was altijd fantastisch die grasoogst. Al die machines op het land, zó mooi! Het is voor mij nog steeds dé gebeurtenis van het jaar.”

Feijenoord hooligan
Opa Siem Snor had niet direct door dat zijn kleinzoon Jim talent had voor het boerenleven. “Ik dacht dat ie Feyenoord hooligan zou worden. Hij was heel wild, hij sloopte altijd de boel.”

Echte koeienman
Maar toen Jim een jaar of 18 was viel toch het kwartje. Toen hij bij zijn ouders Jaap en Yvonne aan het werk ging, bleek dat hij ‘het’ in zijn vingers had. “Hij is een echte koeienman, hij herkent alle koeien”, verduidelijkt zijn opa Siem. “Hij wist gewoon wie wie was. Ik herken in Jim de liefde voor het vee. Dat heb je of dat heb je niet.”

“Hier ligt mijn toekomst”
Dus sinds anderhalf jaar is ook kleinzoon Jim opgenomen in de maatschap. Ondanks de problemen die boerenbedrijven momenteel ondervinden door nieuwe milieuwetgeving maakt Jim zich geen al te grote zorgen. “Hier ligt mijn toekomst. Dit is wat ik wil en wat ik ontzettend mooi vind om te doen”, zegt hij stellig.
 




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook