Hier wonen wij

Hier wonen wij

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam/Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De Stadskrant de komende periode een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam/Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
Dit keer: Marc en Lilian Speeckaert wonen met hun kinderen Bo, Pien, Pey en Loulou in de watertoren van Kwadijk.


Villa Kakelbont
KWADIJK - Als jong meisje droomde Lilian van een Pippi Langkous Huis én vier kinderen. Die droom is uitgekomen. Samen met haar man Marc, drie dochters, een zoon - en honden, katten, kippen, een ezel, twee shetlandpony’s en twee minivarkentjes -  woont ze in een imposant bouwwerk: de voormalige watertoren in Kwadijk. Wat maakt deze unieke woontoren van 45,5 meter hoogte tot een Villa Kakelbont? “Dat is de manier waarop wij hier met z’n zessen wonen. Het is dat sfeertje. We ervaren hier extreem veel vrijheid, zowel letterlijk als figuurlijk.”

Voor veel mensen in de gemeente Edam-Volendam, en vooral voor de inwoners van Kwadijk vormt de watertoren een baken in het landschap dat zich met name kenmerkt door uitgestrekte weilanden, sloten en hier en daar wat huizen. Het is met name die prachtige omgeving geweest waardoor het echtpaar Speeckaert verliefd werd op deze watertoren. Ruim twintig jaar geleden besloot eigenaar PWN vijf watertorens in Noord-Holland te koop aan te bieden nadat de daadwerkelijke functie van deze watertorens ophield te bestaan. Met een bankgarantie en een ijzersterk plan op zak schreven Lilian en Marc zich in voor de openbare inschrijving voor Watertoren Kwadijk. Net als 87 anderen. Een van die 87 anderen was naar horen zeggen Maup Caransa, maar dat terzijde.

“Deze watertoren heeft een mooie plek midden in het dorp Kwadijk. Er is veel ruimte omheen maar je maakt toch deel uit van de gemeenschap. Dat is wat ons erg aantrok. En natuurlijk het bouwwerk zelf. We zagen direct de vele mogelijkheden die de toren in zich had. Maar dat het een enorme uitdaging zou worden om er een echt woonhuis van te maken begrepen we ook wel. Alle credits gaan wat ons betreft, natuurlijk naar de Belgische architect Hendrik Tytgat, maar vooral ook naar aannemer Piet Visser uit Warder. Zij begrepen dat wij er bovenop zaten. We wilden zoveel mogelijk zelf doen. Samen vormden we een hecht team.”

6000 kuub inhoud
Mede dankzij een ijzeren discipline was het mogelijk dat van de watertoren een woonpaleis werd gemaakt. “Zonder uitzondering hebben we daar al onze vrije tijd, van vrijdag- tot zondagavond, doorgebracht. Geen tijd voor verjaardagen of voor familiebezoek. Het was naar je werk en daarna naar Kwadijk. We gunden ons alleen een kleine koffiepauze.” In het voorjaar van 2000, een kleine drie jaar na de aankoop, trok het echtpaar met baby Bo vanuit hun Amsterdamse flat van 60 vierkante meter naar het woongebouw met 6000 kuub inhoud. Maar de afwerking -  en niet te vergeten de tuinaanleg - ging onvermoeibaar verder.

Elf verdiepingen
De buitenkant van de achthoekige watertoren bleef zo goed als intact. Het interieur was een ander verhaal. In totaal bestaat de toren uit elf verdiepingen die allemaal een specifieke functie hebben, van hal, woonkamer en slaapkamers tot sportruimte, speelkamer, badkamer en zolder. Op 37 meter hoogte werd de woonkamer en keuken gesitueerd, daar waar voorheen zich het bovenste waterbassin bevond. De onderste waterbak is getransformeerd tot vijver, compleet met goudvissen. In de badkamer, aan beide zijden van het ligbad, bevinden zich nog twee (van de oorspronkelijk drie) waterbuizen waar in vroeger tijden het drinkwater voor de regio doorheen gepompt werd.

Lift
Het laatste huzarenstukje: een lift midden in de toren. Voor de zes gezinsleden is het vrij normaal om van hal naar woonkamer te zoeven. Voor de bezoeker die voor de eerste keer de watertoren betreedt is het meer dan bijzonder om een klein reisje door het binnenste van de toren te maken, met name omdat de kleine lift - waar je maximaal met drie mensen plus hond of kat inpast - glazen wanden heeft. Dus kun je nog net even, voor je aankomt in de woonkamer, een blik werpen op de vissen die rondzwemmen in de grote vijver. In de woonkamer is het uitzicht adembenemend.

Zicht op tata Steel
En het is vooral dat uitzicht waar Lilian, ook al woont ze nu al ruim twintig jaar in deze woontoren, nog steeds van geniet. “Aan de voorzijde kijken we uit over weilanden, sloten en het Markermeer en aan de achterkant zie je met helder weer Purmerend, Zaandam en de Rembrandttoren liggen en soms zelfs Tata Steel in IJmuiden. Ik kijk nog steeds heel bewust naar dit prachtige uitzicht dat nooit hetzelfde is. Dan weer een regenboog, een zonsopgang, een regenbui die je aan ziet komen, een zwerm ganzen. Dan besef ik dat het heel bijzonder is om hier te wonen. Tegelijkertijd vinden wij ook veel dingen gewoon.Wij kunnen hier bijvoorbeeld zoveel lawaai maken als we maar willen. We hoeven geen rekening te houden met buren. Onze kinderen weten niet beter. Ze vinden het hier fijn, maar dat komt niet per se omdat we wonen in deze toren. Het is gewoon de plek waar ze zich thuis voelen.”

En dat geldt ook voor vriendjes van de kinderen. “Ik weet zeker dat die hier niet komen omdat wij in een watertoren wonen. Die komen hier voor het sfeertje. Omdat we met z’n allen gezellig aan de lange tafel zitten te eten of omdat ze graag spelen met onze kinderen en de beestenboel.”

Uit het oog
Zijn ze elkaar dan nooit eens kwijt? In een toren met elf verdiepingen met in totaal een vloeroppervlak van 1100 vierkante meter kun je elkaar gemakkelijk uit het oog verliezen. Dat gebeurt met regelmaat, bevestigt Lilian. “Vroeger gebruikten we vaak de intercom. Tegenwoordig bel je even met je mobiel, of stuur je een app. Op die manier kom je er snel genoeg achter waar iedereen zich bevindt.” Een trap is er ook. Dat moet ook wel volgens Lilian. “Stel dat er brand uitbreekt. Maar die trap heeft zovéél treden. Ook al ben je nog zo getraind, je loopt niet zomaar even van beneden naar boven. Dus de lift wordt intensief gebruikt, ja.”





Hier wonen wij

Hier wonen wij

Het is alweer vijf jaar geleden dat de fusie tussen de gemeenten Edam-Volendam en Zeevang tot stand kwam. Een lustrum dus. Ter gelegenheid daarvan brengt De
Stadskrant de komende periode een serie verhalen over bijzondere woonlocaties in de ‘nieuwe’ fusiegemeente Edam-Volendam. Want iedereen die in Edam, Volendam of in een van de dorpjes van de voormalige Zeevang fietst of wandelt komt onderweg wel eens een woning tegen waarvan je denkt: wat is dit voor bijzonder plekje, welk stuk geschiedenis ligt hier verborgen, wie wonen hier eigenlijk en hoe is het om hier te wonen?
Dit keer: Floris en Liseth wonen op hun varend woonschip Dolfijn in de Purmerringvaart.

De ultieme vrijheid!
PURMER - Trendsetters. Pioniers. Zo kun je Floris Barends en Liseth Roos wel omschrijven. Al 20 jaar lang is hun historisch varend woonschip, gelegen in de Purmerringvaart, immers voorzien van zonnepanelen en maken ze gebruik van hun eigen windmolen. Het wonen op een oud vrachtschip, genaamd Dolfijn, heeft volgens het stel voor- maar ook nadelen. Maar het schip verlaten doen ze niet. “Deze ultieme vrijheid opofferen om ergens in een nieuwbouwwoning te gaan zitten? Nee, niks voor ons.”

“Het komt op je pad”. Op de vraag waarom Floris en Liseth op een vrachtschip wonen volgt een kort antwoord. Na enig aandringen laat Floris weten: “Ik ben opgegroeid in Edam en heb altijd veel met botters gevaren. Ik heb iets met oude schepen. Van beroep ben ik scheepstimmerman dus heb ik gelukkig veel zelf kunnen doen aan dit schip. Liseth en ik vinden het belangrijk dat het schip er goed uitziet. Toen ik enige tijd thuis zat in verband met de Corona maatregelen heb ik de hele buitenkant van het schip geschilderd. Een schip moet je goed onderhouden.”

Het oude vrachtschip is meer dan honderd jaar oud. Het werd gebouwd in 1908. In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam er een motor in en in de vijftiger jaren werd het schip verder gemoderniseerd. Sinds 1982 ligt Dolfijn in de Purmerringvaart en in 1998 werden Floris en Liseth de nieuwe eigenaren. Het tweetal woont er nu 20 jaar. Al twee decennia genieten ze van de prachtige plek.
“Kijk om je heen!”, zegt Liseth. “Je waant je hier toch in niemandsland. We wonen midden in de natuur. Het uitzicht is schitterend.” Floris is het helemaal met haar eens. “Het is fantastisch wonen hier. Als het warm weer is, spring je zo de Ringvaart in. Het is een stuk vrijheid dat we beiden niet willen missen. We zijn heel gelukkig hier. En natuurlijk is het heel romantisch om hier te wonen, maar vergeet ook niet de realiteit.”

Geen voorzieningen
De realiteit is dat Floris en Liseth over geen enkele Nutsvoorziening beschikken. Geen water, geen elektriciteit. Elke tien dagen tapt Floris bij vrienden 1000 liter water zodat er weer gedoucht kan worden. “En na twintig jaar water halen heb je wel eens een dip”, laat hij weten. Ik ben nu bijna 56 jaar en goed gezond, maar hoe dat over 15 jaar is weten we natuurlijk niet. Dus we hopen dat er na twintig jaar eindelijk wat gaat gebeuren.”

Hopen op betere tijden
Want het is niet zo dat Floris en Liseth geen voorzieningen willen. “We willen dat juist heel graag. Maar we komen er met de gemeente en met het Waterschap niet uit. En dat geldt niet alleen voor ons, maar voor alle bewoners hier aan de Purmerringvaart. Al twintig jaar zijn we bezig dit voor elkaar te krijgen. En het is geen kwestie van dat wij hier illegaal liggen. Alle schepen zijn hier legaal. Ik denk dat ze niet goed weten wat ze met ons aan moeten. Net als we denken dat het de goede kant op gaat, is er een nieuw bestemmingsplan en begin je van voren af aan. Hoewel het frustrerend is, blijven we in gesprek met alle partijen en hopen we op betere tijden.”

Als je op zo’n indrukwekkend historisch woonschip woont als Floris en Liseth is het logisch dat je aardig wat bekijks hebt van passanten. “Mensen willen vaak weten hoe groot het binnen is”, vertelt Liseth. “Ze nemen dan aan dat het heel klein is en dat we altijd krom moeten lopen, met een olielampje in onze handen. Maar dit schip is best heel groot hoor, we hebben meer dan genoeg ruimte.”

Faraoboot
Bekijks is er ook volop als de Faraoboot naast Dolfijn ligt. De passie van Floris voor de Oud-Egyptische beschaving heeft geleid tot een zeer bijzonder project: het nabouwen van een oud-Egyptische Faraoboot, genaamd Sobek. Naast zijn gewone werkzaamheden wist Floris in twee jaar tijd een evenbeeld te creëren van een 4000 jaar oud schip. Een hele bezienswaardigheid, dit scheepje van 8 meter lang waarmee daadwerkelijk gevaren kan worden.

Flinke uitdaging
Met het historische woonschip Dolfijn kan ook nog steeds gevaren worden. Dat is geen kwestie van motor starten en wegvaren. Het vergt, volgens Floris, een hele voorbereiding. “Een keer in de vijf jaar varen we in ieder geval naar Zaandam waar het schip altijd gekeurd wordt. En we hebben ook wel eens een stuk door Nederland gevaren. Een hele ervaring. En vooral een hele uitdaging. Het is eigenlijk net alsof je met een oldtimer op pad bent. Gewoon heel spannend.”

 




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook