GESCHIEDENIS VAN DE JOODSE GEMEENTE VAN EDAM 1779-1886

Stichting Joods Verleden Edam vroeg mij om in een aantal artikelen te vertellen over de geschiedenis van de Joodse gemeente van Edam en haar leden, die overigens ook in de regio woonden. Zoals in de Beemster, Ilpendam, Oosthuizen, Purmerend en De Rijp. Dit is het eerste artikel waarin ik in ’t kort de opkomst en de opheffing van de Joodse gemeenschap schets. In de volgende artikelen beschrijf ik de verschillende families: waar zij woonden, welk beroep ze hadden en wat hun rol was in de kerkelijke Joodse gemeente.

Instroom 1770-1780
De belangrijkste instroom van Joodse inwoners te Edam start tussen ca. 1770-1780. Daarbij laat ik de incidentele Joodse inwoners, die ruim vóór deze periode aan het Stadsbestuur toestemming vragen om alhier te mogen komen wonen, buiten beschouwing. Belangrijke plekken in Edam voor de uitoefening van het Joodse leven zijn: de Synagoge (eredienst), het Mikwe (ritueel badhuis), de School (leerhuis) en de Begraafplaats. In Edam herinnert thans alleen nog de Begraafplaats aan het Oorgat aan het Joodse leven uit de 18e en 19e eeuw.

Binnen een Joodse gemeente zijn minimaal 10 kerkelijk volwassen mannen nodig om een dienst in de synagoge (sjoel) te houden, het zogenoemde Minjam. Enkele families, waaronder Hart en Berlijn, stichten in 1779 de Joodse gemeente.

In de beginperiode kerken de leden van de Joodse gemeente in een (huis)synagoge, in een latere periode in een gebouw aan ’t Noordagterom (Achterhaven, donkere kant). De Synagoge en het Badhuis annex school worden één jaar na de opheffing van de Joodse gemeente (1886) gesloopt. Op de locatie van de Synagoge worden twee nieuwe huisjes gebouwd. Momenteel staat op deze locatie een blokje met vier sociale huurwoningen. Op de locatie van het Badhuis annex School in de Grote Kerkstraat wordt na de sloop een woning gerealiseerd.

Opheffing in 1886
Begin 19e eeuw dragen door instroom vanuit o.a. Hoorn, Monnickendam en Amsterdam, diverse families bij aan het in standhouden van de Joodse gemeente. Over enkele families zal in komende artikelen nadere informatie worden verstrekt over waar zij wonen, wat hun beroep is en op welke wijze zij betrokken zijn bij de kerkelijke Joodse gemeente. Door overlijden van leden, maar voornamelijk door verhuizing naar Amsterdam, gestart in het 3e kwart van de 19e eeuw, houdt de Joodse gemeente in 1886 op te bestaan.

Bronnen
De ontstaansgeschiedenis van de Joodse gemeente Edam is voor een groot deel op te maken uit de Registers van notulen en resoluties van Burgemeesters en Vroedschappen, vanaf 1806 van de Raad, uit de periode 1576-1815.
Herman Rijswijk, onderzoeker van de Edamse geschiedenis, heb ik bereid gevonden mij van een (deel)vertaling te voorzien. Het betreft dan de periode ca. 1750-1815. De onlangs gerealiseerde transcriptie en vertaling van het Protokolboek van de Joodse gemeente Edam (1779-1882) levert eveneens een grote hoeveelheid informatie op. Daarnaast leveren de 19e - eeuwse archieven van het Algemeen Stadsarm Bestuur en het Fonds van Liefdadigheid veel informatie op over de individuele families wonend in Edam.

Zijn de Gemeentelijke archieven van Edam gericht op de verhouding tussen Stadsbestuur en bevolking als geheel, zo geeft het Protokolboek een goed beeld van de interne aangelegenheden van de Joodse gemeente. In het Protokolboek komen o.a. de financiën als geheel, de bijdragen van de individuele gemeenteleden en de bekleding van de diverse kerkelijke functies binnen de gemeente en kerk (synagoge) aan de orde. Tevens geeft het boek een belangrijke inkijk in het sociale- en kerkelijke leven van en tussen de individuele gemeenteleden.

Het separaat Begraafregister (1793-1888) completeert naast de Burgerlijke registers (Trouw en Impost, vóór 1811; Burgerlijke Stand en Bevolking, nà 1811) de informatie die nodig is voor onderzoek naar Joodse families.

Het Naamaanneming register van Edam, opgemaakt in 1811, vermeld ons de burgerlijke namen van de op dat moment aanwezige Joodse inwoners.

De publicatie “De Joodse Gemeente van Edam, 1779-1886” van de hand van Fred Schoonheim is door de Vereniging Oud Edam in 1989 uitgegeven.

Voor geïnteresseerden verwijs ik graag naar de website van het Waterlands Archief. Op de website treft u onder de zoekterm “Gedenkboek” in de rubriek Archieven de Hebreeuwse transcriptie en Nederlandse vertaling van het “Protokol of Gedenkboek der Nederlandsch Israëlitische (Ring) BijSijnagoge te Edam, 1779-1839” aan.
Rob Teunissen




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook