De Purmer heeft recht op predicaat ´Cultureel erfgoed´ - ingezonden brief

Er stonden twee ambtenaren voor de Purmerbrug te discussiëren wat ze met deze polder moeten doen. Volbouwen voor industrie of woningen voor de gemeente en de regio. Wie het weet mag het zeggen.

Maar ze wisten niet dat over de brug het paradijs begon dat komend jaar de Purmer 400 jaar bestaat.
Daar ben ik geboren, op een hoek land waar vroeger mijn overgrootvader zat te melken. Het is het vruchtbaarste deel van de Purmer met een laag teelaarde van 25 cm dik, op klei. Waar de edammerkaas, schapenkaas en kruidkaas is geboren.

Het was melkvee met hoge productie, landbouwgewassen met hoge kwaliteiten: tarwe, haver, gerst en karwijzaad voor kruidkaas, aardappelen, suikerbieten, oliezaken, uien, erwten, bonen en mais.
De paarden kregen dijkhooi en bermhooi. De schapen leefden van het onkruid, wat de koeien lieten staan.

Ieder huis had eigen gasvoorziening, door middel van een gasbron. Gas werd opgevangen in een ketel. Dat bronwater was koud en werd gebruikt om de melk te koelen en is dan langer houdbaar.
Het gas werd gebruikt voor licht en koken.
Een regenput en een grote boomgaard naast de boerderij.
Onder Ilpendam hadden we een veenderij, daar werd tot na 1945 turf gestoken.
Het houten huisje aan de kant van de Westerweg, was vroeger bewoond door een turfsteker, daarom staat het ook zo hoog.

De wegkanten waren gevuld met bomen, die waren goed voor de kachel, klompenmakers en gasgeneratoren. Maar het stoomgemaal bleef ook roken. We waren helemaal zelfvoorzienend.

In de Purmer kon alles. In 1916 was er een dijkdoorbraak en toen stond de Zeevang blank.
De koeien werden in de Purmer ondergebracht en het restant ging naar de Grote Kerk.
In 1941 werd de Zeevang blank gezet, door de oorlog, de koeien kwamen weer in de Purmer.
Schapen hadden ze niet, daar was het land te drassig voor.

Evacuees uit oorlogsgebied kwamen in de Purmer terecht, met gezin. Kwamen uit Den Helder, Hoogland, Doornburg, Maassluis, Groningen en de onderduikers niet te vergeten.
Er kwamen ook onderduikers alleen om te eten, die sliepen in de botters in Volendam.
Dan moesten we vier keer in de week een halve kist aardappelen schillen.
Half Volendam en half Edam vond werk in de Purmer. Industrie lag stil. Geld was niet belangrijk, maar eten voor armen maar ook als je rijk was.

Een vriend van mij zei ‘in die tijd was het werken of sterven’. Mensen uit Amsterdam kwamen met de tram uitgehongerd, bedelen om een schep graan, aren zoeken, aardappelen zoeken, een appeltje, een peertje of een fles melk.
Later toen de tram niet meer reed kwamen ze lopen, op de fiets met antiplofbanden of een handkar.

We hadden een droppingsveld voor wapens. Bij De Heer achter de boerderij. Een hoge droge kabelland.
De halve polder is al begraven met zand, op vruchtbare grond, zonnepanelen en gemeenteopslag.
Bos op 15 cm teelaarde, met ondergrond van klei, waar geen insect in kan leven. Waar de bomen afsterven en omwaaien, van armoede. Er is geen weg terug.

Als iemand zo´n vruchtbare rijke polder kan aanwijzen, mogen ze van mij de hele polder volspuiten met zand. Dan kunnen de kleinkinderen van die arme uitgehongerde Amsterdammers weer naar de Purmer, om in de zandbak te spelen. Maar wel brood meenemen.
Het enige wat de Purmer niet bezit is een kerkhof, maar dan is het voor goed begraven.
Dat heeft het niet verdiend na 400 jaar bestaan.
Het heeft recht op predicaat ´Cultureel Erfgoed´.
Leo de Kock




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook