De geschiedenis en het wel en wee van een lang en smal bruggetje

De geschiedenis en het wel en wee van een lang en smal bruggetje

Er bevond zich heel lang geleden een lang en smal bruggetje over het water van de Noorder Vestinggracht.

Het was bereikbaar vanaf de Noordervesting in de schaduw van de nabije Grote Kerk. De Edammers noemden het al gauw, het lange bruggetje.
Vervaagd uit de herinneringen en geheugen van vele Edammers en mensen van daarbuiten.

Het uiterlijk van het bruggetje kenmerkte zich, dat het op hoog geschraagde dikke palen was gebouwd. Dit uit oogmerk om op gelijke hoogte met de vesting te komen, maar ook om koeboten beladen met hooi door te laten.

In het midden van het brugdek bevond zich een zogeheten klaphek. Het diende ervoor om loslopend vee ervan te weerhouden de Zeevanck te ontvluchten. De leuningen van het brugdek waren zwaar uitgevoerd.
Op gezette tijden, daarop gezeten hangboeren, verlegen om een praatje.

Bij slecht weer werd er door jongens van de de Kerkstraat onder geschuild. In betere tijden werd er gevist en menig meisje gezoend.

Aan het lange bruggetje grensde een Delenpad. Het was een morsig uitgesleten pad, wat zich zover het oog reikte, uitstrekte, tot bijna aan de roemruchte Drie Meren.

De vele sloten en slootjes hadden om over te steken brede en smalle planken. Smalle planken voor de prutsloten, brede voor de tochtsloten.
Brede sloten hadden geteerde planken. In het midden bevond zich een rechtopgaande ijzeren strip. Bij het oversteken diende deze als houvast.
Om de met hooi, mest en koeien beladen koeboten door te laten varen, konden de planken weg draaien.

De ontstaansgeschiedenis, van het Delenpad gaat ver terug in de tijd. Het zal volgens mijn bescheiden mening meer dan een eeuw oud zijn of zelfs nog ouder.

Halverwege het Delenpad aan de boorden van het Die, stonden zwart geteerde schuren. Ze waren eigendom van Jaap van Jan van Niek de Boer, kortweg Jaap de Boer.
Gehuld in nevelen en vallende duisternis oogden de schuren mysterieus. Ze werden gebruikt als opslag voor hooi en het stallen van velerlei boeren werktuigen en jong vee.

Op gezette vistijden boden ze slaapplaats voor vissers met een onvervalste Amsterdamse tongval.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zochten onderduikers er een veilig heenkomen. Ik vond Jaap de Boer een aardige man. Hij had voor ons jonge jongens altijd een vriendelijk woordje over. Ook z'n  roeibootje lenen gaf nooit veel problemen. Bij het lenen ervan steevast als opmerking ''geen roeispanen breken he!"

Het Delenpad werd op gezette tijden druk belopen, wie alzo? Boeren keken met een onderzoekend oog hun weilanden af naar het vee wat zich daarop bevond.

Eierenzoekers liepen de weilanden af in de hoop kievietseieren te vinden. Oude grijze mannen visten urenlang aan de oevers van het Die op karper. Wij jongens visten op alles wat zich schichtig in het troebele Diewater bevond.

En dan had je de jagers Jongerd en Slagt die pief paf poeften er in de herfst en winter vrolijk op los.

Anno nu doet bijna niets meer, wat eens was, denken. Doordat het Delenpad allang geen dienst meer doet, ligt het er verlaten en sterk verwaarloosd bij.
Ervoor in de plaats, kwamen de Lokkemientje- en Kooiweg.

Het lange bruggetje werd tijdens de ruilverkaveling gesloopt om plaats te maken voor een toegangsweg vanuit de Zeevanck naar het Groenlandje, dat was mijn reden om over vergane glorie van het lange bruggetje en delenpad te schrijven.
Jack Roskam. Wonende te Mingedeloup, 19130 St. Bonnet la Riviere France.


 




BASE-it Computers De Boer Accountants Harmonie Kapper Sjoerd Lux Photograpy Cor Kes Ronald Schot Smits Web Stadskrant adverteren Uitgeverij De Stad Hotel Restaurant De Fortuna schoonmaak & opruimbedrijf HARRIE
Facebook